New: High-level announcements are live
    Open
    Skip to lessons
    Les 2

    Stel jezelf voor in het Fins

    Leer in het Fins je naam zeggen, iemands naam vragen en zeggen waar je vandaan komt.

    In deze les leer je hoe je jezelf in het Fins voorstelt. Je oefent met een korte dialoog tussen Ana en Mikko en met drie zinnen die je meteen kunt gebruiken.

    Doelen

    • Je kunt in het Fins zeggen wie je bent en hoe je heet.
    • Je kunt in het Fins iemand anders naar zijn of haar naam vragen.
    • Je kunt in het Fins zeggen uit welk land je komt.
    01 /

    Zinnen

    p1
    Minä olen Ana.

    Ik ben Ana.

    Een eenvoudige manier om je voor te stellen.
    p2
    Minun nimeni on Ana.

    Mijn naam is Ana.

    Iets formeler, maar nog steeds heel gewoon.
    p3
    Mikä sinun nimesi on?

    Hoe heet je?

    Letterlijk: 'wat is jouw naam?'
    p4
    Hauska tutustua.

    Leuk je te ontmoeten.

    Zeg je wanneer je iemand voor het eerst ontmoet.
    p5
    Minä olen Suomesta.

    Ik kom uit Finland.

    Gebruik de uitgang -sta of -stä bij de plaatsnaam.
    02 /

    Uitleg

    Zeggen wie je bent

    Met 'Minä olen' zeg je 'ik ben'. Je kunt er je naam achter zetten: 'Minä olen Ana.' Je kunt ook zeggen 'Minun nimeni on Ana.', dat betekent 'mijn naam is Ana'. Beide zinnen worden gebruikt als je je voorstelt.

    Iemands naam vragen

    Om te vragen hoe iemand heet, zeg je 'Mikä sinun nimesi on?'. Het woord 'mikä' betekent 'wat', en 'sinun nimesi' betekent 'jouw naam'. Letterlijk vraag je dus 'wat is jouw naam?'.

    Uit een land komen

    Om te zeggen waar je vandaan komt, gebruik je 'Minä olen' plus de plaatsnaam met de uitgang -sta of -stä. Zo betekent 'Minä olen Suomesta.' 'ik kom uit Finland'. De uitgang -sta of -stä drukt 'uit' of 'van' uit.

    03 /

    Dialoog

    A
    Hei! Minä olen Ana. Mikä sinun nimesi on?

    Hoi! Ik ben Ana. Hoe heet jij?

    B
    Minun nimeni on Mikko. Hauska tutustua.

    Mijn naam is Mikko. Leuk je te ontmoeten.

    A
    Hauska tutustua. Minä olen Suomesta.

    Leuk je te ontmoeten. Ik kom uit Finland.

    B
    Minä olen Suomesta.

    Ik kom uit Finland.

    Uitspraak

    Luister naar de opname, herhaal elke zin hardop en probeer de klanken precies na te doen. Let op het ritme en op de lange en korte klanken die je hoort.

    Veelgemaakte fout

    Bij 'ik kom uit Finland' de uitgang -sta of -stä weglaten en alleen de plaatsnaam zeggen, bijvoorbeeld 'Minä olen Suomi'.

    Zeg 'Minä olen Suomesta.' De uitgang -sta of -stä hoort bij de plaatsnaam en betekent 'uit' of 'van'.

    04 /

    Oefenen

    Luister en herhaal de zin waarmee je zegt: 'Ik ben Ana'.

    De zin begint met 'Minä olen'.

    Antwoord tonenMinä olen Ana.

    Je hoort 'Minä olen Ana.' Dat betekent 'Ik ben Ana'.

    Luister en herhaal de vraag waarmee je iemands naam vraagt.

    De vraag begint met 'Mikä'.

    Antwoord tonenMikä sinun nimesi on?

    Je hoort 'Mikä sinun nimesi on?' Dat betekent 'Hoe heet je?'

    Luister en herhaal de zin waarmee je zegt: 'Mijn naam is Ana'.

    De zin begint met 'Minun nimeni on'.

    Antwoord tonenMinun nimeni on Ana.

    Je hoort 'Minun nimeni on Ana.' Dat betekent 'Mijn naam is Ana'.

    Onthoud

    Je kunt je nu in het Fins voorstellen, iemands naam vragen en zeggen uit welk land je komt. Blijf de zinnen hardop herhalen.

    Yapr

    Oefen met echte gesprekken

    Oefen realtime gesprekken op Yapr om sneller te leren; gebruik deze les met een Yapr AI-tutor.

    Start op Yapr